|
|
Nieuwe nummer Humanistiek | 47
In februari 2011 vierde de Universiteit voor Humanistiek haar 22ste verjaardag. Dat deed zij met een goedbezocht programma rond het thema 'Zin in Beweging'. Fitness voor de geest, zo luidde het. Een dag met lezingen en workshops, georganiseerd in samenwerking met het UvH praktijkcentrum Zingeving & Professie. Sprekers en workshopleiders, waaronder Andries Baart, Joep Dohmen en Christa Anbeek, gingen ieder op eigen wijze in op thema's van zingeving die zij koppelden aan metaforen van bewegen.
Andries Baart sprak de diesrede uit. Zijn rede bood naar eigen zeggen 'geen vrolijke filosofische wandelingen, maar een poging om presentie in termen van beweeglijkheid te vatten' of, omgekeerd, 'bewegen in de zorg te kaderen met behulp van presentie'. In zijn lezing betoogde hij dat moderne zorg draait om bewegen en beweeglijkheid. Dit inzicht werkte hij verder uit door in te gaan op de activistische en interventionistische trekken van de achterliggende cultuur die zich in de zorg laat voelen. Ook schetste hij de grote krachten die de zorg haar vrije bewegingsruimte ontnemen. Vervolgens analyseerde Baart aan de hand van een boeiende casus, de overgang van 'zelf bewegen' naar 'aangedaan worden door bewegingen'. Hij eindigde door dieper in te gaan op 'het aangedaan zijn' en het goede beheer ervan en concludeerde ten slotte: bewogen worden gaat voor zelf bewegen. De Dieslezing van Baart is inmiddels in boekvorm uitgegeven door Uitgeverij SWP en kan online besteld worden.
Het openingsthema van dit nummer van het Tijdschrift voor Humanistiek is ontleend aan deze Diesviering en bevat bijdragen van diverse sprekers en workshopleiders. In het eerste artikel, getiteld Het leven als reis. De ontdekking van Odysseus, kiest Joep Dohmen zijn eigen ingang in het thema 'zin in bewegen'. Daarbij gaat hij uit van de reis als metafoor voor het mensenleven. Het is een metafoor met een even verleidelijke als verraderlijke kracht, waarschuwt Dohmen. Hij begint met een korte bespreking van het beroemde reisverhaal Odyssee van Homerus. Daarna laat hij schematisch de rijke analogie tussen leven en reizen zien en verbindt dit aan de kernvraag: waarom reizen mensen? Of anders gezegd: waarvoor leef je? Verwijzend naar het mooie verhaal Nachttrein naar Lissabon, onderzoekt hij wat bekende actuele filosofen als Peter Bieri en Charles Taylor over motivatie hebben geschreven. Daartegenover zet hij de kritische blik van de feministische filosofe Margaret Walker. Ten slotte maakt hij de balans op over de kracht van de reismetafoor.
In de daaropvolgende bijdrage Zin in beweging – Een zoektocht naar hoe wij ons kunnen verhouden tot weerloos geluk, vragen Christa Anbeek en Jaap Schuurmans zich af: 'Hoe kunnen wij ons verhouden tot breekbaar leven?' In dit artikel laten ze zien dat 'zoeken naar de zin van kwetsbaar leven geen populaire bezigheid is' en 'een klus die moeilijk alleen geklaard kan worden'. De auteurs stellen dat 'er op z'n minst samenspraak en soms ook begeleiding nodig is om in het reine te komen met weerloos geluk'. Ze schetsen de contouren van een praktisch project binnen de eerstelijnsgezondheidszorg, waarin ze proberen dit tot stand te brengen. In het project zijn zingevingsconsulenten ingezet om mensen met vragen naar de zin van breekbaar leven te begeleiden.
Hierna volgen drie korte workshopverslagen. De eerste is getiteld Wervelende werkvormen van Lotte Huijing. Zij begint met de vragen: 'Heb je ook wel eens totaal afgehaakt in een groepsbijeenkomst gezeten?' En: 'Wil je graag betrokken worden en iets bereiken in groepen?' Na een korte uitleg over werken met groepen, gaat Huijing dieper in op de kenmerken en mogelijkheden van wervelende werkvormen. Hierna volgt een belevingscolumn gebaseerd op de workshop 'Zin in Vergaderen' van Bianca Lugten. Lugten wil 'voorbij de notulen en rondvragen, zorgen voor een prikkelende aftrap, inzoomen op levendige reflecties en aansturen op diepgang van agendastukken. Zinnig vergaderen dus.' In de laatste workshop komen deelnemers letterlijk in beweging. Reine Rek en Kevin Pijpers doen verslag van hun Training: 'Vergeet je lijf niet!', waarin zij het lichaam – dat zo vaak het onderspit delft door de hele dag achter een computer te zitten – in herinnering te brengen. Daarbij combineren zij filosofische kennis uit zowel Westerse als Oosterse tradities.
In de rubriek 'Theorie' verschijnt het artikel Humanisme en kosmopolitisme: een kritisch perspectief van Harry Kunneman en Caroline Suransky. Zij stellen dat het idee van een kosmopolitische wereldgemeenschap één van de belangrijkste morele en politieke idealen van het humanisme vormt. Tegelijkertijd constateren zij dat dit ideaal mondiaal onder grote druk staat, terwijl de praktische realisering ervan belangrijker lijkt dan ooit. Vanwege de humanistische wortels en de universele strekking van het idee van kosmopolitisme, doemen hiermee ook uitdagingen op voor het hedendaagse humanisme. In hun artikel verkennen zij welke interne hindernissen binnen het humanisme zelf verschijnen bij het aangaan van deze uitdagingen en geven aan hoe een kosmopolitisch perspectief op de wereldsituatie versterkt zouden kunnen worden. Daartoe kiezen zij de weg van een zelfkritische analyse van het humanisme. Vanuit dit perspectief schetsen zij drie aanknopingspunten voor een verwerking van postmoderne en postkoloniale kritiek op de humanistische bijziendheid voor geweld en macht.
Het tweede thema in dit nummer, getiteld: 'Narratief onderzoek in de praktijk' toont in drie bijdragen de gedifferentieerde toepasbaarheid van de narratieve onderzoeksmethode. In het eerste artikel schetst Ruard Ganzevoort het belang van narratieve benaderingen binnen en buiten het werkveld van de praktische theologie. Daarnaast biedt hij de lezer voortschrijdend inzicht in de theoretische herkomst en vooronderstellingen van de 'narrative turn' zoals verwoord door de filosoof Paul Ricoeur. In dit artikel behandelt Ganzevoort zowel de mogelijkheden als de beperkingen van narratieve onderzoeksbenaderingen.
In de tweede bijdrage houden Anneke Sools en Carmen Schuhmann een pleidooi voor een 'kleine verhalen-benadering' binnen humanistisch geestelijke begeleiding. Deze benadering houdt ten eerste de uitdaging in te zoeken naar ruimte voor geestelijke begeleiding buiten de spreekkamer en aan het bed. De auteurs trachten via deze benadering ruimte te creëren voor de onderbelichte aspecten in de studie van verhalen. In hun artikel benadrukken zij de waarde van korte alledaagse ontmoetingen en gesprekken, naast de intensieve begeleidingsgesprekken waarin de 'grote' vragen centraal staan, namelijk levens- en zingevingvragen. In de kleine verhalen-benadering gaat de aandacht in het bijzonder uit naar mensen in de marge en naar hen die minder goed in staat zijn om zichzelf reflexief en coherent uit te drukken. René en Xannah Brohm sluiten dit themadeel af met een intertekstuele analyse van een democratisch besluitvormingsproces in de context van lokaal bestuur. In het werk van Michail Bakthin vinden zij het instrumentarium en conceptuele houvast voor deze analyse en passen dit op inventieve wijze toe op een reële casus, middels het analyseren van concrete teksten, uitspraken en uitingen van raadsleden en burgers tijdens een inspraakavond. Verwant aan de thematiek van dit thema is de daaropvolgende recensie van Ernst Bohlmeijer over het proefschrift van Anneke Sools getiteld: 'De ontwikkeling van narratieve competentie. Bijdrage aan een onderzoeksmethodologie voor de bestudering van gezond leven.' Het derde artikel is van Swanny Kremer en Jeannette van der Meijde, waarin zij stapsgewijs verslag doen van de werkwijze van de werkgroep ethiek, in het Forensisch Psychiatrisch Centrum (FPC) Dr. S. van Mesdag. In deze TBS-kliniek wordt tijd gemaakt voor de morele reflectie van medewerkers op hun eigen professionele handelen. De werkgroep bereidt themalunches voor, waarin de door medewerkers zelf ingebrachte morele dilemma's besproken worden, aan de hand van een ethisch stappenplan. Middels een gedetailleerde uitwerking van een concreet dilemma maken de auteurs inzichtelijk wat de waarde en het effect is van morele reflectie op het denken en handelen van deze medewerkers.
Dan volgt een bijdrage van Monica Walhout over 'De dag van het verschil', die plaatsvond op een openbare basisschool in Rotterdam-Zuid. Deze dag is vooral geïnspireerd op het Amerikaanse 'Challenge Day', waarbij jongeren op speelse en soms indringende wijze geconfronteerd worden met elkaars context en leefwereld. Het plannen en organiseren van deze dag maakte onderdeel uit van haar afstudeerscriptie Pedagogiek aan de Hogeschool van Rotterdam. In dit artikel vertelt zij wat er die dag heeft plaatsgevonden en wat het effect is van deze interventie op het leven van de betrokkenen.
Dit nummer besluit met twee korte bijdragen. De eerste is van de hand van Jolande Bource, waarin zij verslag doet van het interview 'Goede muziek is voedsel voor de ziel' dat ze hield met musicus en dirigent Henry Kelder. Karen Vintges sluit af met een kritische column over 'het nieuwe leren', waarbinnen autonomie en zelfmanagement centraal staan. Ze beschrijft uit eigen ervaring wat de negatieve gevolgen kunnen zijn van dit 'nieuwe leren' in de context van 4 vmbo-t. Ze legt hierbij een kritische koppeling tussen de neoliberalisering van het onderwijs en de opkomst van het 'entrepreneurial self' dat, aldus Vintges, via een achterdeur een tweedeling langs etnische lijnen faciliteert.
1. Baart, A. (2011). Van bewegen naar bewogenheid. Een fenomenologische verkenning van zorg geven in een politiek-ethisch perspectief. Uitgeverij SWP Amsterdam.
|