THEMA: Nieuw engagement
Redactioneel | Karen Vintges en Femke Kaulingfreks
Een juweel op dun ijs. Het engagement van 'Eternal Sunshine of the Spotless Mind' bezien
vanuit het denken van Soren Kierkegaard | Allard den Dulk
Portret van Frank Nieuwenhuizen: Ruimte
Digitaal engagement. Het creëren van intieme ruimtes in de elektronische globalisering
| Elise van Alphen
Portret van Rik Winsemius: Paradox
Tekno: Feest of Verzet? Over het idealisme van een hedendaagse jeugdcultuur | Koen
Duivenvoorde
Portret van Vincent Feith: Imago
'Rebel without a cause' anno 2009 | Femke Kaulingfreks
Portret van Iliass El Hadioui: Wortels
Alledaags handelen: filosofie en landschapsarchitectuur | Erik Rietveld & Ronald Rietveld
Interview met Rajae el Mouhandiz en Najiba Abdellaoui: The New Muslim Cool
'Bridging the Gap'| Corinne van Egeraat & Rosemarie Kraanen
Portret van Maartje Mol: Energie
De volmaakte misdaad. Over de noodzakelijke comeback van de geëngageerde kunstenaar
in het tijdperk van de hyperrealiteit | Aishlinn Bruinja
Portret van Niels de Groot: Verzet
Maakbaar geluk en transhumanistische overmoed. Een kritische analyse | Laura Capitaine
Dit themanummer van het
Tijdschrift voor Humanistiek - 96 blz., 16 euro (excl. verzendkosten) - kan worden besteld bij de uitgever: Uitgeverij SWP, Postbus 257, 1000 AG Amsterdam, tel. 020-3307200, e-mail swp@mailswp.com.
Klik op deze link voor een abonnement.
Redactioneel
Nieuw engagement
Femke Kaulingfreks & Karen Vintges
De nieuwe generatie is onverschillig en houdt zich verre van intellectuele en culturele inspanningen en maatschappelijke betrokkenheid, zo horen we nog steeds vaak vandaag de dag. Jongeren zijn egoïstisch en individualistisch ingesteld; ze kijken drie uur per dag naar soaps op de commerciële tv en dat is hun verzet tegen het nutteloze idealisme van oudere generaties. Maar er zijn ook heel andere berichten uit de samenleving. Een greep: volgens het Sociaal-Cultureel Planbureau zijn steeds meer jongeren sinds enige tijd weer maatschappelijk bezig, bijvoorbeeld in projecten in de derde wereld en in allerlei soorten vrijwilligerswerk. Ook: er komt een nieuwe ‘Generatie Einstein’ aan die slim, snel en sociaal is, die niet houdt van gebakken lucht en die geïnteresseerd is in maatschappelijke thema’s.(1) Internetsites worden opgericht door jongeren.(2) Er ontstaan nieuwe kunstenaarscollectieven (www.damoclash.nl ), we zien nieuwe feminismen ontstaan rondom thema’s als plastische chirurgie en seksualiteit (www.beperkthoudbaar.info ) en scholieren en studenten laten ook weer van zich horen.(3) Op grond van deze korte greep kunnen we op zijn minst constateren dat er al enige tijd sprake is van nieuwe sociale initiatieven van jongeren.
Maar gaat het hier niet alleen om een praktische betrokkenheid die gekleurd wordt door eigenbelang, al feestend de wereld verbeteren en tegelijk werken aan het eigen cv? Jongeren lopen immers tegenwoordig niet meer warm voor een Grote Gedachte. Houden zij zich niet eerder bezig met persoonlijke ambities en instant-gelukszoekerij? Als er al van hedendaags engagement gesproken kan worden gaat het dan niet alleen om een oppervlakkig soort praktisch idealisme, engagement geserveerd in kant en klare brokken waar men zijn eigen favoriete sausje over kan gieten? Zoals: je bouwt een waterput in India, volgt een reiki-cursus en komt volledig ontspannen terug van je vakantie?
Dit themanummer vertrekt vanuit de vraag of er op het gebied van maatschappelijke betrokkenheid niet veel meer te ontdekken is dat op het eerste gezicht misschien niet eens als engagement in het oog valt. Kan het zijn dat ons denken over engagement nog steeds gevat is in het discours van de grote -ismes die zo lang ons wereldbeeld hebben bepaald en dat eigentijds engagement daardoor voor velen onzichtbaar blijft? De auteurs van dit themanummer bespreken, en ondersteunen, nieuwe en eigenzinnige vormen van kritisch engagement onder jongeren van nu. Daarbij draait het soms om betrokkenheid uit onverwachtse hoek die ook verwarrend, ongemakkelijk of zelfs pijnlijk kan zijn, maar steeds om betrokkenheid die direct en praktisch is en tegelijkertijd niet gemakzuchtig of luchtig. De analyse dat de sociale bezigheden van jongeren maar oppervlakkig zouden zijn, komt in dit themanummer op losse schroeven te staan. Het belicht de eigen waarden en kritiek van nieuw engagement en maakt daarmee tegelijk duidelijk dat gangbare definities van kritisch engagement tekort schieten. De onderwerpen die aan bod komen variëren van rellende jongeren (Kaulingfreks) en tekno-feesten (Duivenvoorde), nieuwe ontmoetingen in de stedelijke publieke ruimte (Rietveld & Rietveld) en publieke fora op internet (Van Alphen), tot het werk van hedendaagse filmmakers en schrijvers (Den Dulk) en beeldend kunstenaars (Bruinja). Daarnaast komen in een serie portretten van de hand van Femke Kaulingfreks, een achttal actieve jongeren aan het woord over hun perspectieven. Zij en ook de auteurs van de artikelen zijn allen twintigers, reden waarom we hebben gekozen voor het label ‘nieuw engagement’.
Een aantal van hen zijn promovendi aan de universiteiten of zijn van plan dat te worden. Het geeft aan dat jonge wetenschappers van nu nog steeds zelfstandig kritisch onderzoek verrichten in weerwil van de trend aan de Nederlandse universiteiten om onderzoekers in voorgebaande paden te leiden en van hen te eisen dat zij zich enthousiast opstellen jegens de bedrijfsorganisatie en de producten daarvan promoten (vgl. Frank Furedi (2007). Waar zijn de intellectuelen?).
Gemeen hebben de auteurs en geïnterviewden ook dat zij geen doctrine of kant en klare ideologie aanhangen, zoals de Internationale Socialisten die het hardcore ‘ware socialisme’ omarmen. Macht(strijd) is er altijd en overal en het is beter om met macht te dealen en die zoveel mogelijk de vorm te geven van machtsdynamiek in plaats van eenzijdige vastleggingen van macht, zonder te pretenderen zelf machtsvrij te zijn, zo zeiden postmoderne denkers de filosoof Nietzsche na. Het nieuwe engagement van de generatie die zich hier presenteert bestaat er in eenzelfde trant uit om binnen gegeven machtsrelaties een kritische invloed uit te oefenen die tot concrete en specifieke veranderingen leidt. Deze aandacht voor lokale betrokkenheid, geplaatst binnen een wisselende tijd en context, is een alternatief voor het verlangen naar grootse en allesomvattende omwentelingen van voorgaande generaties. Alle artikelen en portretten in dit nummer pareren het relativisme of de postmoderne ironie en cynisme die doorgaans worden geassocieerd met het teleurstellende besef dat ook de grote revolutionaire ideologieën met macht verstrengeld bleken. Tegelijkertijd wordt duidelijk dat deze nieuwe betrokkenheid geenszins vrijblijvend of ondoordacht is.
Allard den Dulk bespreekt in een eerste artikel de basis voor dit alternatieve perspectief. Hij laat zien hoe hedendaagse schrijvers en filmmakers engagement bepleiten in de vorm van een houding van bewuste betrokkenheid op de ander: engagement is dan onverschilligheid weigeren en je bewust met anderen verbinden, in een besef van de permanente keuze die dit vergt, tegenover alle snelle veranderingen en individualiserende tendensen van de huidige tijd. Het thema van bewust gekozen verbindingen tegenover de individualisering staat ook centraal in het artikel van Elise van Alphen, dat analyseert hoe jongeren met behulp van internet nieuwe virtuele, betrokken gemeenschappen vormen, waarbij online contacten ondersteunend zijn voor offline contacten. Er zijn politieke en idealistische platforms die miljoenen reacties kennen. Zowel Femke Kaulingfreks als Koen Duivenvoorde laten vervolgens zien dat engagement ook gevonden kan worden bij jongeren die doorgaans als juist niet betrokken of zelfs als asociaal gezien worden. In het artikel van Femke Kaulingfreks wordt betoogd dat de afschrikwekkende betrokkenheid van rellende jongeren ons kan wijzen op bepaalde onrechtvaardigheden binnen de maatschappij. Koen Duivenvoorde toont dat feestende teknofans die zich volledig van de maatschappij af lijken te keren ook gedreven kunnen worden door een politiek idealisme gericht tegen alle reguleringen van bovenaf. Bij Erik Rietveld en Ronald Rietveld zien we een nadruk op engagement als lichamelijke sociale betrokkenheid op anderen. Tegenover individualiserende tendensen, maar ook uitsluitingsprocessen van etnisch-culturele en sub-culturele groepen, pleiten zij voor de pre-reflexieve omgang met ‘vreemde anderen’ door middel van architectonische vormgeving van de publieke ruimte, die erop is gericht dat men de omgang met ‘vertrouwde vreemden’ aan den lijve kan ervaren. Aishlinn Bruinja in haar artikel, roept ertoe op om ruimte te heroveren op de wereld van vaste representaties, de zogenaamde hyperrealiteit, die is ontstaan uit de agressieve promotie en verspreiding van een Corporate culture over de gehele wereld. Daartegenover moet de hedendaagse mens weer zijn eigen werkelijkheid ontdekken en zelf invullen, een taak waarvoor geëngageerde kunstenaars ons de ogen kunnen openen. Ook hier zien we een nadruk op de eigen existentiële ruimte versus dominant opgelegde betekeniskaders van de moderne maatschappij.
Gemeen hebben alle auteurs en geïnterviewden dat engagement voor hen verbonden is met concrete, belichaamde ervaringen en het eigen dagelijkse leven. Deze verwevenheid van engagement met het persoonlijke leven heeft een aantal in het oog springende kenmerken. Ten eerste komt engagement niet neer op het aanhangen van een leer of ideologie maar op een ‘geleefde’ praktijk. Kritiek is met andere woorden geen vrijblijvende verbale aangelegenheid maar neemt de vorm aan van een lijfelijke experimentele attitude waar vele lagen van ervaring bij betrokken zijn. Ten tweede brengt dit met zich mee dat men geen verre doelen nastreeft, maar juist een direct actief ingrijpen in cultuur of politiek. Ten derde zien we dat men met die eigen inbreng ook gericht is op meer eigen inbreng van anderen: sociale ontmoetingen, multiculturele contacten en inclusiviteit als zodanig, waarbij de eigen inbreng van zoveel mogelijk mensen in maatschappelijk opzicht wordt nagestreefd, zijn belangrijke thema’s. De nieuwe president van de VS, Barack Obama lijkt vooralsnog een hoopgevend symbool voor dit ‘inclusivisme’, voor zover hij de persoonlijke belichaming vormt van de haalbaarheid ervan. De auteurs die in dit themanummer vormen van nieuw engagement naar voren brengen committeren zich aan de genoemde waarden, in een kritiek op sociale achterstelling en uitsluiting van groepen mensen, op de individualiserende tendensen van de moderne maatschappij die ons van anderen isoleren, én op een teveel aan reguleringen van bovenaf.
De ironie en het cynisme voorbij lijkt nieuw engagement juist een pleidooi voor nieuwe, soms onverwachte verbindingen en sociale betrokkenheid in de letterlijke zin van het woord. Nieuw engagement is daarbij experimenteel van karakter, zo kunnen we ook concluderen. Het is optimistisch in zijn pragmatisme, dynamiek en veelzijdigheid. Het werkt aan de grenzen van bestaande maatschappelijke praktijken, in een gerichtheid op meer eigen inbreng van mensen en het doorbreken van hokjes-denken, maar zonder blauwdrukken en zonder de hoop op een perfecte maatschappij. Ook die imperfectie geeft echter hoop in die zin dat er altijd veel te doen zal zijn.
Femke Kaulingfreks is afgestudeerd in de filosofie aan de Universiteit van Amsterdam en werkt momenteel als promovendus aan de Universiteit voor Humanistiek in Utrecht. Zij doet onderzoek naar de politieke betekenis van gevallen van stedelijk geweld waarbij jongeren uit zogenaamde probleemwijken betrokken zijn.
Karen Vintges is verbonden aan de afdeling Wijsbegeerte van de Universiteit van Amsterdam. Zij publiceerde Filosofie als passie. Het denken van Simone de Beauvoir. Prometheus 1992 (Philosophy as Passion. The Thinking of Simone de Beauvoir. Indiana University Press 1996); Feminism and the Final Foucault (Dianna Taylor en Karen Vintges, eds., Illinois University Press 2004) en De terugkeer van het engagement. Amsterdam: Boom 2003. k.v.q.vintges@uva.nl
Noten
(1) Generatie Einstein: slim, sterk en sociaal’ in: De Volkskrant, 22 juni 2006. http://www.volkskrant.nl/binnenland/article322741.ece (bezocht 25 februari 2009).
(2) Zie voor voorbeelden het artikel van Elise van Alphen in dit nummer.
(3) Te denken valt aan de landelijke scholieren protesten in november/december 2007.